De AI Act is een Europese verordening. Dat betekent dat hij direct geldt in Nederland, zonder dat de regels eerst in een Nederlandse wet worden overgeschreven. Toch is er een Nederlandse wet nodig: de Uitvoeringswet AI-verordening. Die regelt niet wat je moet doen, maar wie controleert of je het doet en hoe er wordt gehandhaafd.

In dit artikel lees je hoe dat werkt, welke toezichthouders er in het voorstel zijn aangewezen en wat dat voor je organisatie betekent.

Verordening, geen richtlijn

Europa maakt wetgeving op twee manieren. Een richtlijn, zoals NIS2, moet elk land eerst omzetten in een eigen wet. Een verordening, zoals de AVG en de AI Act, geldt vanaf de ingangsdatum rechtstreeks in alle lidstaten.1

De inhoudelijke regels uit de AI Act hoef je dus nergens in Nederlandse wetgeving terug te zoeken. Verboden praktijken, de plicht tot AI-geletterdheid, de transparantieplicht en de eisen aan hoog-risico-AI staan in de verordening zelf. Wanneer welk onderdeel geldt, lees je in Wat is de EU AI Act?.

AI-verordeningGeldt direct in heel de EUUitvoeringswetWijst toezichthouders aanToezichthoudersControleren en handhavenJe organisatieAanbieder of gebruikerDe regels komen uit Europa. De uitvoeringswet regelt wie erop toeziet.

Wat de Nederlandse uitvoeringswet regelt

De verordening laat een aantal zaken bewust aan de lidstaten over. Elk land moet zelf aanwijzen welke instanties toezicht houden, welke bevoegdheden zij krijgen en hoe boetes worden opgelegd. Daarvoor is de Uitvoeringswet AI-verordening bedoeld.

Het kabinet bracht het wetsvoorstel op 20 april 2026 in internetconsultatie.2 De consultatie is inmiddels gesloten.3 Het voorstel is nog geen wet: het gaat nog langs de Raad van State en het parlement. Details kunnen dus nog veranderen.

Wat het voorstel regelt:

  • Welke toezichthouders per domein bevoegd zijn.
  • Welke bevoegdheden zij krijgen, zoals informatie opvragen en systemen onderzoeken.
  • Hoe handhaving werkt, binnen de boetemaxima die de verordening zelf vastlegt.
  • Wie aangemelde instanties aanwijst, de partijen die bepaalde hoog-risico-systemen vooraf beoordelen.

Wie houdt toezicht

Nederland kiest in het voorstel voor een hybride model met tien markttoezichthouders.4 Het uitgangspunt: je krijgt zoveel mogelijk te maken met een toezichthouder die je al kent.

  • De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) houdt toezicht op verboden AI, op de transparantieplicht en op hoog-risico-toepassingen. Is er voor een terrein geen duidelijke sectortoezichthouder, dan krijgt de AP die rol.4
  • Sectortoezichthouders blijven verantwoordelijk binnen hun eigen domein. De AFM en DNB houden bijvoorbeeld toezicht op AI in de financiële sector.4
  • Inspecties voor productveiligheid houden toezicht op AI die in producten zit, zoals machines en voertuigen.4
  • De AP en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) krijgen daarnaast een coördinerende rol, zodat het stelsel als geheel werkt.4

Een bijzonder geval is de rechtspraak. Hoog-risico-AI die wordt gebruikt voor rechterlijke instanties valt onder toezicht van die instanties zelf, om de onafhankelijkheid van de rechter te beschermen.5

AP en RDICoördineren het stelselAutoriteit PersoonsgegevensVerboden AI, transparantie, hoog-risico zonder eigensectortoezichthouderSectortoezichthoudersZoals AFM en DNB voor de financiële sectorProductinspectiesAI in producten, via bestaand productveiligheidstoezichtTien toezichthouders, elk in het eigen domein, met AP en RDI als coördinator.

Wat dit betekent voor je organisatie

Dat de uitvoeringswet nog niet is aangenomen, betekent niet dat je kunt wachten. De verordening geldt al en de verplichtingen die nu van kracht zijn, blijven gelden. Het toezichtstelsel bepaalt vooral bij wie je straks verantwoording aflegt.

Drie dingen om nu te regelen:

  1. Weet welke toezichthouder bij je past. Voor een logistiek bedrijf zonder sectortoezichthouder is dat voor de meeste AI-toepassingen de AP. Werk je met AI in machines of voertuigen, dan komt daar productveiligheidstoezicht bij.
  2. Leg per toepassing vast wie eigenaar is. Een toezichthouder vraagt niet naar je AI-beleid in het algemeen, maar naar een concreet systeem: wat doet het, op welke data en wie grijpt in als het fout gaat.
  3. Zorg dat je het kunt aantonen. Welke data gebruikt een toepassing, welke versie draaide er op een bepaald moment en wie heeft wat goedgekeurd. Dat kun je alleen laten zien als het vastligt op het moment dat het gebeurt, niet achteraf.

Hoe bestuur en toezicht dit per toepassing organiseren, lees je in AI-governance voor bestuur en RvC.

Veelgestelde vragen